Een jaar lang observeren van tafelmanieren in de Verenigde Staten levert het volgende beeld op. Amerikanen eten vaak buitenshuis. Er valt een trend waar te nemen, dat men meer en meer gaat eten in gelegenheden die iets gezelliger zijn dan het gemiddelde fast food restaurant. Die restaurants hebben dan houten in plaats van plastic tafels en stoelen. Maar nog steeds is er geen tafelkleed, geen kaarsen of lokale tafelverlichting en staat de airco drie graden te koud (tip: dikke trui meenemen, vooral in de zomer). De gasten melden zich aan bij een centrale balie, die dan, wanneer er een tafel is vrijgekomen via de intercom omroept dat ‘Edward’ wordt verwacht in peddio faif, wat betekent: patio of hoekje 5. Daar aangekomen meldt zich serveerster Anita (spreek uit: Anieda) die vraagt hoe het vandaag met je gaat, zegt blij te zijn met je komst en belooft bij te dragen aan een wondervolle dag voor ons. Anita is uiterst vriendelijk, want ze ontvangt nauwelijks salaris van het restaurant en moet het dus hebben van minimaal 15% fooi, die ze zo snel als maar mogelijk is van ons hoopt te oogsten. De prijzen zijn echt pittig evenals de hoeveelheid voedsel per portie die wordt verstrekt. Na enkele maanden zijn we er achter gekomen dat het acceptabel is om samen één gerecht te bestellen met twee borden. En dan is het vaak nog te veel. Dat weten Amerikanen ook. Ze bestellen meestal wel één grote portie per persoon, maar vragen er meteen een box (spreek uit: baks) bij. Bij het opdienen zet Anita dan een grote polystyreen doos op je tafel, die je zelf met de resten mag vullen voor thuis.
De laatste trip die we maakten viel samen met een weekend. Op zaterdagavond zaten we klaar om te bestellen in een aardig restaurant in Kentucky toen Anita zei dat het restaurant geen alcohol verstrekte. Gewoon beleid van het restaurant. Nou, dan maar dat glas met ijsblokken leegzuigen, wat al op tafel was gezet. Morgen beter. De volgende dag verheugden we ons op een lekker glas wijn. Maar toen waren we inmiddels aangekomen in Tennessee, waar de bible-belt-politiek de hele staat op zondagen heeft drooggelegd. Weer ijswater! Alternatief: Domaine Coke Controlée.
Inmiddels hebben we een aardig beeld van de manier waarop de gemiddelde Amerikaan het voedsel naar binnen werkt. Dit geldt schat ik voor 90% van hen, ongeacht de plaats van actie: stad of dorp. We hebben dit beeld opgebouwd in de tien staten, die we inmiddels hebben bezocht.
Hier volgt de rapportage. Een Amerikaan praat niet met zijn tafelgenoten in een restaurant, want dat kost tijd en dat is dus inefficiënt. Een uitzondering vormt het mobieltje. Als Anita het voedsel brengt zeg je niets tegen haar, je kijkt haar niet aan, maar je pakt zwijgend het setje bestek. Je pakt daaruit alleen de vork in je rechterhand om terstond te kunnen aanvallen. Het hanteren van de vork bestaat uit twee basisbewegingen. Bij beweging A hak je met ferme kracht met de zijkant van je vork in op het voedsel, aldus trachtende de brokken voedsel (zoals een pizza) iets kleiner te maken dan je wijd opengesperde mondopening. Meestal lukt dat wel. Als alle brokken hapklaar zijn draai je de vork in verticale stand en begin je met basisbeweging B. Je prikt daarbij exact verticaal in op het voedsel terwijl je je hoofd (met pet) zover naar voren brengt dat je mond gecentreerd is boven het bord op een hoogte van approximately one foot (voor jullie: ca. 30 cm) boven het voedsel. Je linkerhand bevindt zich daarbij bij voorkeur op je eigen linkerknie, maar in ieder geval onder het tafelblad. Het is niet ongebruikelijk dat je voor elke hap tien prikpogingen doet. Dat mengt de grote hoeveelheid extra toegevoegd zout en ketchup met de rest van het voedsel. In sommige gevallen lukt het kleinmaken van het voedsel niet goed met de vork. In dat geval leg je je vork terug op tafel en doe je een poging met het stompe mes. Als dat gelukt is wordt het mes weer op tafel gelegd en hervatten de vorkbasisbewegingen met de rechterhand. Amerikanen hebben, zo te zien, een unieke vorkbehendigheid ontwikkeld, want meestal is binnen tien minuten het hele gerecht naar binnen gewerkt. Anita houdt intussen tijdens het hele gebeuren goed in de gaten hoever je bent. Ze komt elke drie minuten langs en vraagt vriendelijk of alles (de vorderingen in het eetproces) goed gaat en zegt dan steevast: are you still working on it? Als je de laatste hap aan de vork hebt gestoken snelt Anita weer toe om je bord te verwijderen, ongeacht of je tafelgenoten al zover zijn. Je kauwt dan de laatste hap tevreden en ver achterover leunend weg en zet daarbij je vork met een klap als een jachttrofee in je knuist rechtovereind op de lege tafel. Inmiddels is Anita terug om de rekening te presenteren. Tot zover de rapportage.
Soms voelen we ons een beetje verlegen als we temidden van al dat fysieke geweld (gelukkig laten de meeste Amerikanen hun geweer in de pickup liggen) gewoon rustig met vork en mes met twee handen willen blijven eten en de tijd willen nemen om ook nog wat tegen elkaar te zeggen. We fluisteren dan om te voorkomen dat de buurman luid gaat roepen: hey guys, like your accent, where you from? We zijn ook bang dat er binnenkort in elk US Consulaat een door McDonald’s gesponsorde eethoek wordt ingericht waar de visumaanvrager moet aantonen in hoeverre hij reeds in de Amerikaanse maatschappij is ingeburgerd. Door onze observaties hebben we dan wel een voorsprong.
We hebben echter nog geen manier gevonden om het vroegtijdig verwijderen van restaurantborden te verhinderen, want Anita doet dat altijd als je net je mond vol hebt en we hebben van onze moeder geleerd om eerst je mond leeg te eten voordat je in discussie gaat, en dan is het te laat. Misschien dat we in het vervolg tweesecondelijm meenemen om het bord op het formica te plakken. En dan proberen niet te proesten als Anita tevergeefs het bord probeert weg te rukken.
We kunnen het de Amerikanen niet kwalijk nemen dat ze anders zijn. Ze lijken trouw te zijn gebleven aan de tafelmanieren die ze 150 jaar geleden vanuit Engeland, Ierland of het Nederlandse plattelandsleven hebben meegekregen. En ze zijn en blijven erg aardig, positief en behulpzaam. Gaaf, eerlijk. Alleen een tikje weinig stijl.
Vruchteloos heb ik gezocht naar restaurants met Michelin-sterren in de VS. Ontredderd ben ik toen met mijn zes jaar oude Chevy naar de bandenbeurs gereden om er Michelin onder te laten leggen. Om toch een beetje in stijl te blijven.